De sinds 1657 volgens zijn uitvinding gemaakte klokken zijn de geschiedenis ingegaan als Haagse Klokken.
Het was de Haagse klokkenmaker Salomon Coster die dat jaar van de Staten-Generaal voor 21 jaar het
Patent of "Privilege" kreeg klokken te maken en te verkopen volgens Huygens' uitvinding. De uitvinding
wekte internationaal grote belangstelling, met name in Frankrijk en Engeland.
De Parijse klokkenmaker Nicolas Hanet verbleef in 1658 in Den Haag en importeerde de Haagse Klokken in Parijs, waar zij spoedig werden nagemaakt. Deze vroege Franse slingeruurwerken staan bekend als Religieuses. Hun sobere uiterlijk werd na korte tijd aangepast aan de Franse smaak, maar de uurwerken werden in Frankrijk nog langdurig volgens Huygens' methode gemaakt. De expositie bevat een aantal van deze Religieuses, zowel vroege, o.a. van Hanet, als latere zeer "uitbundige" exemplaren van Martinot, Thuret en Gribelin.
In Londen werd het principe van het slingeruurwerk in 1658 voor het eerst toegepast door Ahasuerus Fromanteel, nadat zijn zoon John gedurende enige maanden "stage" had gelopen bij Coster. Fromanteel en andere Londense klokkenmakers wijzigden binnen enkele jaren talrijke mechanische details en brachten de uurwerktechniek in Engeland daarmede in korte tijd op zeer grote hoogte: "The Golden Age of English Clockmaking" was begonnen .....
![]()
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |